afkoelingsperiode
zelfstandig naamwoord ˈɑfkulɪŋsperijodəBetekenis
- tijd die men kan gebruiken om tot bezinning te komen in een conflict of bij een grote aankoop
- tijd die nodig is om van iets de temperatuur te laten dalen
- tijd die nodig is om tot rust te komen
- tijd die nodig is om van de ene naar de andere functie te gaan zonder dat er een belangenconflict ontstaat
Hoe spreek je afkoelingsperiode uit?
/ˈɑfkulɪŋsperijodə/
Afkoelingsperiode bestaat uit zeven lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| k | kat |
| u | boek |
| l | land |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| p | pak |
| e | veel |
| r | rood |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afkoelingsperioden | meervoud |
| afkoelingsperiodes | meervoud |
Herkomst
samenstelling van afkoeling en periode met het invoegsel -s-
Woordfamilie van afkoelingsperiode
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afkoelingsperioden | meervoud | afkoelingsperiode |
| afkoelingsperiodes | meervoud | afkoelingsperiode |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afkoelingsperiode zijn vastgelegd.