afgunst
zelfstandig naamwoord /ˈɑfxɵnst/Betekenis
- gevoel van leed of spijt over het goede dat een ander te beurt valt en dat men hem niet gunt, niet alleen maar het lijden omdat ment iets niet heeft maar ook het lijden omdat een ander het wel heeft
Hoe spreek je afgunst uit?
/ˈɑfxɵnst/
Afgunst bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| x | acht |
| ɵ | put |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- gevoel van leed of spijt over het goede dat een ander te beurt valt en dat men hem niet gunt, niet alleen maar het lijden omdat men iets niet heeft maar ook het lijden omdat een ander het wel heeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afgunsten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘jaloezie’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van afgunst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afgunsten | meervoud | afgunst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afgunst zijn vastgelegd.