afbouwen
werkwoord ˈɑvbɑuwə(n)Betekenis
- zorgen dat je de bouw van iets voltooit en dus het bouwen stopt
- verminderen totdat iets weg is, ergens geleidelijk mee stoppen
Hoe spreek je afbouwen uit?
/ˈɑvbɑuwən/
Afbouwen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| v | vis |
| b | bak |
| ɑu | koud |
| w | quiz |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van afbouwen
afbouwenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van af bw en bouwen ww **[1] in de betekenis van ‘de bouw voltooien’ voor het eerst aangetroffen in 1845 **[2] leenvertaling van Duits abbauen ww
Woordfamilie van afbouwen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afbouwde | with-subordinate-clause | afbouwen |
| afbouwden | with-subordinate-clause | afbouwen |
| afbouwe | with-subordinate-clause | afbouwen |
| afbouwend | woordvorm | afbouwen |
| afbouwende | woordvorm | afbouwen |
| afbouwt | with-subordinate-clause | afbouwen |
| afgebouwd | woordvorm | afbouwen |
| afgebouwde | woordvorm | afbouwen |
| bouw af | woordvorm | afbouwen |
| bouwde af | woordvorm | afbouwen |
| bouwden af | woordvorm | afbouwen |
| bouwe af | woordvorm | afbouwen |
| bouwen af | woordvorm | afbouwen |
| bouwt af | woordvorm | afbouwen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afbouwen zijn vastgelegd.