adagio
bijwoord, zelfstandig naamwoord /aˈdadʒo/Betekenis
- in een rustig tempo gespeeld, ongeveer 66 tot 76 tellen per minuut
- bedaard klinkend stuk klassieke muziek
- rustig, langzaam
- adagium, stelregel, spreuk
Hoe spreek je adagio uit?
/aˈdadʒo/
Adagio bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| d | dak |
| ʒ | journaal |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘bijwoord: bedaard’ voor het eerst aangetroffen in 1772
Woordfamilie van adagio
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| adagio's | meervoud | adagio |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van adagio zijn vastgelegd.