achterlijk
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord ˈɑxtərləkBetekenis
- achterstand vertonend in de ontwikkeling (met denigrerende bijklank; meest gezegd van een persoon, kan zowel lichamelijk als geestelijk zijn)
- van achter komend
- (bij uitbreiding) afkeurenswaardig, laakbaar
- de lijn (lijkentouw) die aan de achterkant van een zeil vastgemaakt is bij een zeilschip
Hoe spreek je achterlijk uit?
/ˈɑxtərlək/
Achterlijk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- afkeurenswaardig, laakbaar
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] achterlijk | canonical |
| achterlijke | verbogen |
| achterlijker | onverbogen, stellende trap |
| achterlijkere | verbogen, stellende trap |
| achterlijkers | partitief, stellende trap |
| achterlijks | partitief |
| achterlijkst | onverbogen, vergrotende trap |
| achterlijkste | verbogen, vergrotende trap |
zelfstandig naamwoord — neuter
- lijn (lijkentouw) die aan de achterkant van een zeil vastgemaakt is bij een zeilschip
Woordfamilie van achterlijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| achterlijker | uninflected, positive | achterlijk |
| achterlijkere | verbogen vorm | achterlijk |
| achterlijkers | partitive, positive | achterlijk |
| achterlijkje | woordvorm | achterlijk |
| achterlijkjes | meervoud | achterlijk |
| achterlijks | partitive | achterlijk |
| achterlijkst | vergrotende trap | achterlijk |
| achterlijkste | verbogen vergrotende trap | achterlijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achterlijk zijn vastgelegd.