aaszak
zelfstandig naamwoord ˈasɑkBetekenis
- zak waarin men eten kan vervoeren
- zak waaruit een goochelaar allerlei zaken kan toveren
- valsspeler
Hoe spreek je aaszak uit?
/ˈasɑk/
Aaszak bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aaszakken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van aas zn en zak zn
Woordfamilie van aaszak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aaszakken | meervoud | aaszak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aaszak zijn vastgelegd.