aanzienlijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- voornaam, groot, belangrijk, erg, niet te verwaarlozen
- veel
bijvoeglijk naamwoord
- in hoge mate
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanzienlijke | verbogen, stellende trap |
| aanzienlijker | onverbogen, vergrotende trap |
| aanzienlijkere | verbogen, vergrotende trap |
| aanzienlijkers | partitief, vergrotende trap |
| aanzienlijks | partitief, stellende trap |
| aanzienlijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| aanzienlijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Afgeleid van aanzien met het achtervoegsel -lijk.
Woordfamilie van aanzienlijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanzienlijke | verbogen vorm | aanzienlijk |
| aanzienlijken | woordvorm | aanzienlijk |
| aanzienlijker | vergrotende trap | aanzienlijk |
| aanzienlijkere | verbogen vergrotende trap | aanzienlijk |
| aanzienlijkers | partitieve vergrotende trap | aanzienlijk |
| aanzienlijks | partitive, positive | aanzienlijk |
| aanzienlijkst | uninflected, superlative | aanzienlijk |
| aanzienlijkste | inflected, superlative | aanzienlijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanzienlijk zijn vastgelegd.