aanstekelijk
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord anˈstekələkBetekenis
- gemakkelijk op anderen overgaand
Hoe spreek je aanstekelijk uit?
/anˈstekələk/
Aanstekelijk bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| e | veel |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanstekelijke | verbogen, stellende trap |
| aanstekelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| aanstekelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| aanstekelijkers | partitief, vergrotende trap |
| aanstekelijks | partitief, stellende trap |
| aanstekelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| aanstekelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van aansteken met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van aanstekelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanstekelijke | verbogen vorm | aanstekelijk |
| aanstekelijker | vergrotende trap | aanstekelijk |
| aanstekelijkere | verbogen vergrotende trap | aanstekelijk |
| aanstekelijkers | partitieve vergrotende trap | aanstekelijk |
| aanstekelijks | partitive, positive | aanstekelijk |
| aanstekelijkst | uninflected, superlative | aanstekelijk |
| aanstekelijkste | inflected, superlative | aanstekelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanstekelijk zijn vastgelegd.