aanlooptijd
zelfstandig naamwoord ˈanlopˌtɛidBetekenis
- de tijd die verloopt tussen het starten van iets en het moment dat iets volledig werkzaam is
Hoe spreek je aanlooptijd uit?
/ˈanlopˌtɛid/
Aanlooptijd bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| l | land |
| o | boot |
| p | pak |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanlooptijden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van aanloop ww en tijd zn
Woordfamilie van aanlooptijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanlooptijden | meervoud | aanlooptijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanlooptijd zijn vastgelegd.