aanhorig
bijvoeglijk naamwoord anˈhorəxBetekenis
- aanbehorend, horend bij
Hoe spreek je aanhorig uit?
/anˈhorəx/
Aanhorig bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| h | hoed |
| o | boot |
| r | rood |
| ə | de |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanhorige | verbogen, stellende trap |
| aanhorigs | partitief, stellende trap |
Herkomst
afleiding van naamwoord van handeling van aanhoren met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van aanhorig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanhorige | verbogen vorm | aanhorig |
| aanhorigs | partitive, positive | aanhorig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanhorig zijn vastgelegd.