aangehuwd
bijvoeglijk naamwoord, werkwoord ˈaŋɣəˌhywtBetekenis
- aangetrouwd; getrouwd met
Hoe spreek je aangehuwd uit?
/ˈaŋxəˌhywt/
Aangehuwd bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| ŋ | ding |
| x | acht |
| ə | de |
| h | hoed |
| y | fuut |
| w | quiz |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aangehuwde | verbogen, stellende trap |
| aangehuwds | partitief, stellende trap |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van aanhuwen
Vervoeging van aangehuwd
aangehuwdhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van aan en gehuwd ww
Woordfamilie van aangehuwd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangehuwde | verbogen vorm | aangehuwd |
| aangehuwds | partitive, positive | aangehuwd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aangehuwd zijn vastgelegd.