Zwitsers-Duits
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈzwɪtsərzˌdœytsBetekenis
- Duits zoals dat in een Zwitserland wordt gesproken
- tussen Zwitserland en Duitsland
- zowel Zwitsers als Duits
- in, van of over het
Hoe spreek je Zwitsers-Duits uit?
/ˈzwɪtsərzˌdœyts/
Zwitsers-Duits bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| s | sok |
| ə | de |
| r | rood |
| d | dak |
| œy | huis |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
bijvoeglijk naamwoord
- in, van of over het Zwitsers-Duits zn
Herkomst
samenstelling van Zwitsers zn en Duits zn
Woordfamilie van Zwitsers-Duits
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Zwitsers-Duitse | woordvorm | Zwitsers-Duits |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van Zwitsers-Duits zijn vastgelegd.