zelfverzekerd
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- vol zelfvertrouwen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelfverzekerde | verbogen, stellende trap |
| zelfverzekerder | onverbogen, vergrotende trap |
| zelfverzekerdere | verbogen, vergrotende trap |
| zelfverzekerders | partitief, vergrotende trap |
| zelfverzekerds | partitief, stellende trap |
| zelfverzekerdst | onverbogen, overtreffende trap |
| zelfverzekerdste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
samenstelling van zelf en verzekerd
Woordfamilie van zelfverzekerd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelfverzekerde | verbogen vorm | zelfverzekerd |
| zelfverzekerder | vergrotende trap | zelfverzekerd |
| zelfverzekerdere | verbogen vergrotende trap | zelfverzekerd |
| zelfverzekerders | partitieve vergrotende trap | zelfverzekerd |
| zelfverzekerds | partitive, positive | zelfverzekerd |
| zelfverzekerdst | uninflected, superlative | zelfverzekerd |
| zelfverzekerdste | inflected, superlative | zelfverzekerd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelfverzekerd zijn vastgelegd.