zelfgebouwd
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- door iemand zelf in elkaar gezet uit losse onderdelen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelfgebouwde | verbogen, stellende trap |
| zelfgebouwds | partitief, stellende trap |
Herkomst
samenstelling van zelf zn en gebouwd bn
Woordfamilie van zelfgebouwd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelfgebouwde | verbogen vorm | zelfgebouwd |
| zelfgebouwds | partitive, positive | zelfgebouwd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelfgebouwd zijn vastgelegd.