zelfbehaaglijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- zichzelf een goed of aangenaam gevoel gevend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelfbehaaglijke | verbogen, stellende trap |
| zelfbehaaglijker | onverbogen, vergrotende trap |
| zelfbehaaglijkere | verbogen, vergrotende trap |
| zelfbehaaglijkers | partitief, vergrotende trap |
| zelfbehaaglijks | partitief, stellende trap |
| zelfbehaaglijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| zelfbehaaglijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
samenstelling van zelf en behaaglijk
Woordfamilie van zelfbehaaglijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelfbehaaglijke | verbogen vorm | zelfbehaaglijk |
| zelfbehaaglijker | vergrotende trap | zelfbehaaglijk |
| zelfbehaaglijkere | verbogen vergrotende trap | zelfbehaaglijk |
| zelfbehaaglijkers | partitieve vergrotende trap | zelfbehaaglijk |
| zelfbehaaglijks | partitive, positive | zelfbehaaglijk |
| zelfbehaaglijkst | uninflected, superlative | zelfbehaaglijk |
| zelfbehaaglijkste | inflected, superlative | zelfbehaaglijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelfbehaaglijk zijn vastgelegd.