zakelijk
bijvoeglijk naamwoord ˈzakələkBetekenis
- zoals dat onder zakenlieden gebruikelijk is
- tweede betekenisomschrijving.
Hoe spreek je zakelijk uit?
/ˈzakələk/
Zakelijk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| a | maan |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- gebaseerd op de feiten
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zakelijke | verbogen, stellende trap |
| zakelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| zakelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| zakelijkers | partitief, vergrotende trap |
| zakelijks | partitief, stellende trap |
| zakelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| zakelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Afgeleid van zaak met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van zakelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zakelijke | verbogen vorm | zakelijk |
| zakelijker | vergrotende trap | zakelijk |
| zakelijkere | verbogen vergrotende trap | zakelijk |
| zakelijkers | partitieve vergrotende trap | zakelijk |
| zakelijks | partitive, positive | zakelijk |
| zakelijkst | uninflected, superlative | zakelijk |
| zakelijkste | inflected, superlative | zakelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zakelijk zijn vastgelegd.