wagenwijd
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- bijzonder wijd, zo wijd dat een wagen er door kan
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wagenwijde | verbogen, stellende trap |
| wagenwijds | partitief, stellende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘bijwoord van hoedanigheid: zeer wijd’ voor het eerst aangetroffen in 1729
Woordfamilie van wagenwijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wagenwijde | verbogen vorm | wagenwijd |
| wagenwijds | partitive, positive | wagenwijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wagenwijd zijn vastgelegd.