vroegtijdig
bijvoeglijk naamwoord, bijwoordBetekenis
- bijtijds, vroeg
- eerder dan gewoonlijk; eerder dan de bedoeling was
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vroegtijdige | verbogen, stellende trap |
| vroegtijdiger | onverbogen, vergrotende trap |
| vroegtijdigere | verbogen, vergrotende trap |
| vroegtijdigers | partitief, vergrotende trap |
| vroegtijdigs | partitief, stellende trap |
| vroegtijdigst | onverbogen, overtreffende trap |
| vroegtijdigste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Samenstellende afleiding van vroeg en tijd met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van vroegtijdig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vroegtijdige | verbogen vorm | vroegtijdig |
| vroegtijdiger | vergrotende trap | vroegtijdig |
| vroegtijdigere | verbogen vergrotende trap | vroegtijdig |
| vroegtijdigers | partitieve vergrotende trap | vroegtijdig |
| vroegtijdigs | partitive, positive | vroegtijdig |
| vroegtijdigst | uninflected, superlative | vroegtijdig |
| vroegtijdigste | inflected, superlative | vroegtijdig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vroegtijdig zijn vastgelegd.