vroegoud
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van een jong persoon dat deze er al oud uitziet; er ouder uitzien dan past bij de leeftijd
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vroegoude | verbogen, stellende trap |
| vroegouder | onverbogen, vergrotende trap |
| vroegoudere | verbogen, vergrotende trap |
| vroegouders | partitief, vergrotende trap |
| vroegouds | partitief, stellende trap |
| vroegoudst | onverbogen, overtreffende trap |
| vroegoudste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
samenstelling van vroeg bw en oud bn
Woordfamilie van vroegoud
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vroegoude | verbogen vorm | vroegoud |
| vroegouder | vergrotende trap | vroegoud |
| vroegoudere | verbogen vergrotende trap | vroegoud |
| vroegouders | partitieve vergrotende trap | vroegoud |
| vroegouds | partitive, positive | vroegoud |
| vroegoudst | uninflected, superlative | vroegoud |
| vroegoudste | inflected, superlative | vroegoud |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vroegoud zijn vastgelegd.