vrijzinnig
bijvoeglijk naamwoord vrɛiˈzɪnəxBetekenis
- met opvattingen die niet door starre uitgangspunten of vooroordelen worden beperkt
- strevend naar geestelijke en maatschappelijke vrijheid
- (Nederland) gelovig, niet aan dogma's gebonden, maar met de opdracht zelf de waarheid te ontdekken
- (België) niet-gelovig, niet-kerkelijk
Hoe spreek je vrijzinnig uit?
/vrɛiˈzɪnəx/
Vrijzinnig bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| z | zon |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ə | de |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- gelovig, niet aan dogma's gebonden, maar met de opdracht zelf de waarheid te ontdekken
- niet-gelovig, niet-kerkelijk
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vrijzinnige | verbogen, stellende trap |
| vrijzinniger | onverbogen, vergrotende trap |
| vrijzinnigere | verbogen, vergrotende trap |
| vrijzinnigers | partitief, vergrotende trap |
| vrijzinnigs | partitief, stellende trap |
| vrijzinnigst | onverbogen, overtreffende trap |
| vrijzinnigste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
mogelijk leenvertaling van Duits freisinnig, op te vatten als samenstellende afleiding van vrij bn en zin zn met het achtervoegsel -ig, in de betekenis "liberaal" aangetroffen vanaf 1828 (zie vindplaats hieronder)
Woordfamilie van vrijzinnig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vrijzinnige | verbogen vorm | vrijzinnig |
| vrijzinniger | vergrotende trap | vrijzinnig |
| vrijzinnigere | verbogen vergrotende trap | vrijzinnig |
| vrijzinnigers | partitieve vergrotende trap | vrijzinnig |
| vrijzinnigs | partitive, positive | vrijzinnig |
| vrijzinnigst | uninflected, superlative | vrijzinnig |
| vrijzinnigste | inflected, superlative | vrijzinnig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrijzinnig zijn vastgelegd.