vitalisme
zelfstandig naamwoordBetekenis
- literaire stroming in Nederland en Vlaanderen (1920-1933) die propageert om intens, vurig en gevaarlijk te leven
- filosofische leer die zegt dat het leven niet alleen als mechanisme verklaard kan worden
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘leer van het bestaan van een specifieke levenskracht’ voor het eerst aangetroffen in 1886