visrijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- veel vis bevattend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| visrijke | verbogen, stellende trap |
| visrijker | onverbogen, vergrotende trap |
| visrijkere | verbogen, vergrotende trap |
| visrijkers | partitief, vergrotende trap |
| visrijks | partitief, stellende trap |
| visrijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| visrijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
samenstelling van vis zn en rijk bn
Woordfamilie van visrijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| visrijke | verbogen vorm | visrijk |
| visrijker | vergrotende trap | visrijk |
| visrijkere | verbogen vergrotende trap | visrijk |
| visrijkers | partitieve vergrotende trap | visrijk |
| visrijks | partitive, positive | visrijk |
| visrijkst | uninflected, superlative | visrijk |
| visrijkste | inflected, superlative | visrijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van visrijk zijn vastgelegd.