visachtig
bijvoeglijk naamwoord ˈvɪsɑxtəxBetekenis
- in een bepaald opzicht vergelijbaar met geschubde dieren die in het water leven
Hoe spreek je visachtig uit?
/ˈvɪsɑxtəx/
Visachtig bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- in een bepaald opzicht vergelijkbaar met geschubde dieren die in het water leven
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| visachtige | verbogen, stellende trap |
| visachtiger | onverbogen, vergrotende trap |
| visachtigere | verbogen, vergrotende trap |
| visachtigers | partitief, vergrotende trap |
| visachtigs | partitief, stellende trap |
| visachtigst | onverbogen, overtreffende trap |
| visachtigste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
van Middelnederlands vischachtich; afgeleid van vis zn met het achtervoegsel -achtig
Woordfamilie van visachtig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| visachtige | verbogen vorm | visachtig |
| visachtiger | vergrotende trap | visachtig |
| visachtigere | verbogen vergrotende trap | visachtig |
| visachtigers | partitieve vergrotende trap | visachtig |
| visachtigs | partitive, positive | visachtig |
| visachtigst | uninflected, superlative | visachtig |
| visachtigste | inflected, superlative | visachtig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van visachtig zijn vastgelegd.