viervoetig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van een dier of voorwerp dat het vier voeten heeft
- betrekking hebbend op honden
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| viervoetige | verbogen, stellende trap |
| viervoetigs | partitief, stellende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘met vier voeten’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van viervoetig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| viervoetige | verbogen vorm | viervoetig |
| viervoetigs | partitive, positive | viervoetig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van viervoetig zijn vastgelegd.