verwaten
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- verdoemd, vervloekt, verbannen
- laatdunkend
- hautain, arrogant
- tweede betekenisomschrijving
- verdoemd, vervloekt, in de ban gedaan
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verwatener | onverbogen, vergrotende trap |
| verwateners | partitief, vergrotende trap |
| verwatens | partitief, stellende trap |
| verwatenst | onverbogen, overtreffende trap |
| verwatenste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘trots’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1679
Woordfamilie van verwaten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verwatener | vergrotende trap | verwaten |
| verwateners | partitieve vergrotende trap | verwaten |
| verwatens | partitive, positive | verwaten |
| verwatenst | uninflected, superlative | verwaten |
| verwatenste | inflected, superlative | verwaten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwaten zijn vastgelegd.