vastbesloten
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- zeker een doel voor ogen hebbend
- tweede betekenisomschrijving
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vastbeslotener | onverbogen, vergrotende trap |
| vastbesloteners | partitief, vergrotende trap |
| vastbeslotens | partitief, stellende trap |
| vastbeslotenst | onverbogen, overtreffende trap |
| vastbeslotenste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
samenstelling van vast en besloten
Woordfamilie van vastbesloten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vastbeslotener | vergrotende trap | vastbesloten |
| vastbesloteners | partitieve vergrotende trap | vastbesloten |
| vastbeslotens | partitive, positive | vastbesloten |
| vastbeslotenst | uninflected, superlative | vastbesloten |
| vastbeslotenste | inflected, superlative | vastbesloten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vastbesloten zijn vastgelegd.