vaginaal
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met betrekking tot de schede van de vrouw
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vaginaals | partitief, stellende trap |
| vaginale | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘m.b.t. de schede’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van vaginaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vaginaals | partitive, positive | vaginaal |
| vaginale | verbogen vorm | vaginaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vaginaal zijn vastgelegd.