unheimisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- beklemmend, onbehaaglijk, naar
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| unheimische | verbogen, stellende trap |
| unheimischer | onverbogen, vergrotende trap |
| unheimischere | verbogen, vergrotende trap |
| unheimischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘onheilspellend’ voor het eerst aangetroffen in 1880 . In het Duits zelf een verouderd synoniem van unheimlich ("niet thuis").
Woordfamilie van unheimisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| unheimische | verbogen vorm | unheimisch |
| unheimischer | vergrotende trap | unheimisch |
| unheimischere | verbogen vergrotende trap | unheimisch |
| unheimischers | partitieve vergrotende trap | unheimisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van unheimisch zijn vastgelegd.