uitleesbaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- dat door een machine geproduceerde gegevens door een mens of een andere machine gelezen kunnen worden
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitleesbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| uitleesbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| uitleesbaarders | partitief, vergrotende trap |
| uitleesbaars | partitief, stellende trap |
| uitleesbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| uitleesbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| uitleesbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van uitlezen met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van uitleesbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitleesbaarder | vergrotende trap | uitleesbaar |
| uitleesbaardere | verbogen vergrotende trap | uitleesbaar |
| uitleesbaarders | partitieve vergrotende trap | uitleesbaar |
| uitleesbaars | partitive, positive | uitleesbaar |
| uitleesbaarst | uninflected, superlative | uitleesbaar |
| uitleesbaarste | inflected, superlative | uitleesbaar |
| uitleesbare | verbogen vorm | uitleesbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitleesbaar zijn vastgelegd.