tweebenig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van een levend wezen dat het op twee benen kan lopen
- zowel je linker- als je rechter been kunnen gebruiken om te schieten bij voetballen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tweebenige | verbogen, stellende trap |
| tweebenigs | partitief, stellende trap |
Herkomst
afleiding van twee en been met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van tweebenig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tweebenige | verbogen vorm | tweebenig |
| tweebeniger | woordvorm | tweebenig |
| tweebenigere | woordvorm | tweebenig |
| tweebenigers | woordvorm | tweebenig |
| tweebenigs | partitive, positive | tweebenig |
| tweebenigst | woordvorm | tweebenig |
| tweebenigste | woordvorm | tweebenig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tweebenig zijn vastgelegd.