turkoois
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord tʏrˈkojsBetekenis
- kleur van turkoois, blauwgroene kleur
- een bepaald mineraal, een halfedelsteen met een blauwgroene kleur
- een steen bestaande uit het mineraal turkoois
- hebbend
Hoe spreek je turkoois uit?
/tʏrˈkojs/
Turkoois bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ʏ | put |
| r | rood |
| k | kat |
| o | boot |
| j | ja |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| turkooizen | enkelvoud |
bijvoeglijk naamwoord
- de kleur turkoois hebbend
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘blauwgroen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1626