toepasbaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- de mogelijkheid hebbend om te worden gebruikt in de praktijk
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toepasbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| toepasbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| toepasbaarders | partitief, vergrotende trap |
| toepasbaars | partitief, stellende trap |
| toepasbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| toepasbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| toepasbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van toepassen met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van toepasbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toepasbaarder | vergrotende trap | toepasbaar |
| toepasbaardere | verbogen vergrotende trap | toepasbaar |
| toepasbaarders | partitieve vergrotende trap | toepasbaar |
| toepasbaars | partitive, positive | toepasbaar |
| toepasbaarst | uninflected, superlative | toepasbaar |
| toepasbaarste | inflected, superlative | toepasbaar |
| toepasbare | verbogen vorm | toepasbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toepasbaar zijn vastgelegd.