toenmalig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van die tijd
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toenmalige | verbogen, stellende trap |
| toenmaligs | partitief, stellende trap |
Herkomst
Samenstellende afleiding van toen en maal met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van toenmalig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toenmalige | verbogen vorm | toenmalig |
| toenmaligs | partitive, positive | toenmalig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toenmalig zijn vastgelegd.