tiendplichtig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met de verplichting een tiende deel van zijn oogst af te staan aan de eigenaar van de grond die hij bebouwde
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tiendplichtige | verbogen, stellende trap |
| tiendplichtigs | partitief, stellende trap |
Herkomst
samenstelling van tiend en plichtig
Woordfamilie van tiendplichtig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tiendplichtigs | partitive, positive | tiendplichtig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tiendplichtig zijn vastgelegd.