temporaal
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met betrekking tot de schedelbotten aan de zijkant van het hoofd, bij de slapen. (de 'os temporale').
- met betrekking tot de tijd, tijdelijk ??
bijvoeglijk naamwoord
- met betrekking tot de schedelbotten aan de zijkant van het hoofd, bij de slapen zn
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| temporaals | partitief, stellende trap |
| temporaalst | onverbogen, overtreffende trap |
| temporaalste | verbogen, overtreffende trap |
| temporale | verbogen, stellende trap |
| temporaler | onverbogen, vergrotende trap |
| temporalere | verbogen, vergrotende trap |
| temporalers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
afgeleid van het Latijnse tempus met het achtervoegsel -aal
Woordfamilie van temporaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| temporaals | partitive, positive | temporaal |
| temporaalst | uninflected, superlative | temporaal |
| temporaalste | inflected, superlative | temporaal |
| temporale | verbogen vorm | temporaal |
| temporaler | vergrotende trap | temporaal |
| temporalere | verbogen vergrotende trap | temporaal |
| temporalers | partitieve vergrotende trap | temporaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van temporaal zijn vastgelegd.