tegenwoordig
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord ˌteɣə(n)ˈwordəxBetekenis
- betreffende de huidige tijd, huidig
- aanwezig
- huidig; betreffende de huidige tijd
Hoe spreek je tegenwoordig uit?
/ˌtexənˈwordəx/
Tegenwoordig bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| e | veel |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| w | quiz |
| o | boot |
| r | rood |
| d | dak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- betreffende de huidige tijd, behorend of passend bij het heden
- als deelnemer of getuige in de directe nabijheid verkerend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tegenwoordige | verbogen, stellende trap |
| tegenwoordiger | onverbogen, vergrotende trap |
| tegenwoordigere | verbogen, vergrotende trap |
| tegenwoordigers | partitief, vergrotende trap |
| tegenwoordigs | partitief, stellende trap |
| tegenwoordigst | onverbogen, overtreffende trap |
| tegenwoordigste | verbogen, overtreffende trap |
bijwoord
- in de huidige tijd
Herkomst
van Middelnederlands teghenwordich, in de betekenis van ‘aanwezig, nu bestaande’ voor het eerst aangetroffen in 1200
Woordfamilie van tegenwoordig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tegenwoordige | verbogen vorm | tegenwoordig |
| tegenwoordiger | vergrotende trap | tegenwoordig |
| tegenwoordigere | verbogen vergrotende trap | tegenwoordig |
| tegenwoordigers | partitieve vergrotende trap | tegenwoordig |
| tegenwoordigs | partitive, positive | tegenwoordig |
| tegenwoordigst | uninflected, superlative | tegenwoordig |
| tegenwoordigste | inflected, superlative | tegenwoordig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tegenwoordig zijn vastgelegd.