tandvlees
zelfstandig naamwoord /ˈtɑntfles/Betekenis
- het vlees op de tandkassen
Hoe spreek je tandvlees uit?
/ˈtɑntfles/
Tandvlees bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| f | fiets |
| l | land |
| e | veel |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- stevig, met slijmvlies bedekt bindweefsel dat de tandkassen in het kaakbeen omhult en de tandhalzen omgeeft
Herkomst
samenstelling van tand en vlees