taalpolitiek
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- beleid om het gebruik van een taal te bevorderen of te reguleren, of de status van die taal te beïnvloeden
- betrekking hebbend op de taalpolitiek
Herkomst
samenstelling van taal en politiek
Woordfamilie van taalpolitiek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| taalpolitieke | woordvorm | taalpolitiek |
| taalpolitieks | woordvorm | taalpolitiek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taalpolitiek zijn vastgelegd.