taakgericht
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- de mate waarin iemand streeft naar het behalen van een gesteld doel
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| taakgerichte | verbogen, stellende trap |
| taakgerichter | onverbogen, vergrotende trap |
| taakgerichtere | verbogen, vergrotende trap |
| taakgerichters | partitief, vergrotende trap |
| taakgerichts | partitief, stellende trap |
| taakgerichtst | onverbogen, overtreffende trap |
| taakgerichtste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
samenstelling van taak zn en gericht bn
Woordfamilie van taakgericht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| taakgerichte | verbogen vorm | taakgericht |
| taakgerichter | vergrotende trap | taakgericht |
| taakgerichtere | verbogen vergrotende trap | taakgericht |
| taakgerichters | partitieve vergrotende trap | taakgericht |
| taakgerichts | partitive, positive | taakgericht |
| taakgerichtst | uninflected, superlative | taakgericht |
| taakgerichtste | inflected, superlative | taakgericht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taakgericht zijn vastgelegd.