symptomatisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met betrekking tot ziekteverschijnselen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| symptomatische | verbogen, stellende trap |
| symptomatischer | onverbogen, vergrotende trap |
| symptomatischere | verbogen, vergrotende trap |
| symptomatischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘een symptoom vormend’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van symptomatisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| symptomatische | verbogen vorm | symptomatisch |
| symptomatischer | vergrotende trap | symptomatisch |
| symptomatischere | verbogen vergrotende trap | symptomatisch |
| symptomatischers | partitieve vergrotende trap | symptomatisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van symptomatisch zijn vastgelegd.