symbiotisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- samenlevend, samenwerkend waarbij zeker één van de partijen voordeel heeft
- van twee of meer mensen dat ze een te grote onderlinge afhankelijkheid hebben
bijvoeglijk naamwoord
- samenlevend, samenwerkend waarbij zeker een van de partijen voordeel heeft
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| symbiotische | verbogen, stellende trap |
| symbiotischer | onverbogen, vergrotende trap |
| symbiotischere | verbogen, vergrotende trap |
| symbiotischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
afgeleid van symbiose met het achtervoegsel -isch
Woordfamilie van symbiotisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| symbiotische | verbogen vorm | symbiotisch |
| symbiotischer | vergrotende trap | symbiotisch |
| symbiotischere | verbogen vergrotende trap | symbiotisch |
| symbiotischers | partitieve vergrotende trap | symbiotisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van symbiotisch zijn vastgelegd.