steenrijk
bijvoeglijk naamwoord ˈstenrɛikBetekenis
- heel erg rijk
Hoe spreek je steenrijk uit?
/ˈstenrɛik/
Steenrijk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| e | veel |
| n | nek |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| steenrijke | verbogen, stellende trap |
| steenrijker | onverbogen, vergrotende trap |
| steenrijkere | verbogen, vergrotende trap |
| steenrijkers | partitief, vergrotende trap |
| steenrijks | partitief, stellende trap |
| steenrijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| steenrijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
intensiverende samenstelling van steen zn en rijk bn , leenvertaling van Duits steinreich, in de betekenis van ‘zeer rijk’ voor het eerst aangetroffen in 1859, voor een vindplaats zie hieronder
Woordfamilie van steenrijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| steenrijke | verbogen vorm | steenrijk |
| steenrijker | vergrotende trap | steenrijk |
| steenrijkere | verbogen vergrotende trap | steenrijk |
| steenrijkers | partitieve vergrotende trap | steenrijk |
| steenrijks | partitive, positive | steenrijk |
| steenrijkst | uninflected, superlative | steenrijk |
| steenrijkste | inflected, superlative | steenrijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van steenrijk zijn vastgelegd.