speenkruid
zelfstandig naamwoord ˈspeŋkrœytBetekenis
- (var. bulbifer) ranonkelachtige plant met niervormige bladeren, botergele bloemen en wortelknolletjes waaraan geneeskracht ten aanzien van aambeien wordt toegeschreven
Hoe spreek je speenkruid uit?
/ˈspeŋkrœyt/
Speenkruid bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| e | veel |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| r | rood |
| œy | huis |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- benaming voor planten uit het geslacht Ficaria behorend tot de ranonkelfamilie
Herkomst
samenstelling van speen zn "aambeien" en kruid zn "nuttige plant" , in de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in 1543