speelbaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- geschikt om (mee) gespeeld te worden
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| speelbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| speelbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| speelbaarders | partitief, vergrotende trap |
| speelbaars | partitief, stellende trap |
| speelbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| speelbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| speelbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van spelen met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van speelbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speelbaarder | vergrotende trap | speelbaar |
| speelbaardere | verbogen vergrotende trap | speelbaar |
| speelbaarders | partitieve vergrotende trap | speelbaar |
| speelbaars | partitive, positive | speelbaar |
| speelbaarst | uninflected, superlative | speelbaar |
| speelbaarste | inflected, superlative | speelbaar |
| speelbare | verbogen vorm | speelbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speelbaar zijn vastgelegd.