schijtziek
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- grote ergernis of walging ervarend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schijtzieke | verbogen, stellende trap |
| schijtzieks | partitief, stellende trap |
Herkomst
intensief, samenstelling van schijt en ziek
Woordfamilie van schijtziek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schijtzieke | verbogen vorm | schijtziek |
| schijtzieks | partitive, positive | schijtziek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schijtziek zijn vastgelegd.