schijnbaar
bijvoeglijk naamwoord ˈsxɛimbarBetekenis
- naar het zich laat aanzien
Hoe spreek je schijnbaar uit?
/ˈsxɛimbar/
Schijnbaar bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɛi | trein |
| m | maan |
| b | bak |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- zo als iets lijkt te zijn maar in de werkelijkheid niet is
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schijnbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| schijnbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| schijnbaarders | partitief, vergrotende trap |
| schijnbaars | partitief, stellende trap |
| schijnbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| schijnbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| schijnbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van schijnen met het achtervoegsel -baar.
Woordfamilie van schijnbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schijnbaarder | vergrotende trap | schijnbaar |
| schijnbaardere | verbogen vergrotende trap | schijnbaar |
| schijnbaarders | partitieve vergrotende trap | schijnbaar |
| schijnbaars | partitive, positive | schijnbaar |
| schijnbaarst | uninflected, superlative | schijnbaar |
| schijnbaarste | inflected, superlative | schijnbaar |
| schijnbare | verbogen vorm | schijnbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schijnbaar zijn vastgelegd.