schappelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- niet veeleisend, niet te duur
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schappelijke | verbogen, stellende trap |
| schappelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| schappelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| schappelijkers | partitief, vergrotende trap |
| schappelijks | partitief, stellende trap |
| schappelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| schappelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘redelijk’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van schappelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schappelijke | verbogen vorm | schappelijk |
| schappelijker | vergrotende trap | schappelijk |
| schappelijkere | verbogen vergrotende trap | schappelijk |
| schappelijkers | partitieve vergrotende trap | schappelijk |
| schappelijks | partitive, positive | schappelijk |
| schappelijkst | uninflected, superlative | schappelijk |
| schappelijkste | inflected, superlative | schappelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schappelijk zijn vastgelegd.