schaapachtig
bijvoeglijk naamwoord, bijwoordBetekenis
- letterlijk: op een schaap gelijkend
- overdrachtelijk op naïeve wijze verrast, niet-begrijpend
- op naïeve wijze
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schaapachtige | verbogen, stellende trap |
| schaapachtiger | onverbogen, vergrotende trap |
| schaapachtigere | verbogen, vergrotende trap |
| schaapachtigers | partitief, vergrotende trap |
| schaapachtigs | partitief, stellende trap |
| schaapachtigst | onverbogen, overtreffende trap |
| schaapachtigste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Afgeleid van schaap met het achtervoegsel -achtig
Woordfamilie van schaapachtig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schaapachtige | verbogen vorm | schaapachtig |
| schaapachtiger | vergrotende trap | schaapachtig |
| schaapachtigere | verbogen vergrotende trap | schaapachtig |
| schaapachtigers | partitieve vergrotende trap | schaapachtig |
| schaapachtigs | partitive, positive | schaapachtig |
| schaapachtigst | uninflected, superlative | schaapachtig |
| schaapachtigste | inflected, superlative | schaapachtig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schaapachtig zijn vastgelegd.