schaamachtig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- geneigd tot schamen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schaamachtige | verbogen, stellende trap |
| schaamachtiger | onverbogen, vergrotende trap |
| schaamachtigere | verbogen, vergrotende trap |
| schaamachtigers | partitief, vergrotende trap |
| schaamachtigs | partitief, stellende trap |
| schaamachtigst | onverbogen, overtreffende trap |
| schaamachtigste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van schamen met het achtervoegsel -achtig
Woordfamilie van schaamachtig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schaamachtige | verbogen vorm | schaamachtig |
| schaamachtiger | vergrotende trap | schaamachtig |
| schaamachtigere | verbogen vergrotende trap | schaamachtig |
| schaamachtigers | partitieve vergrotende trap | schaamachtig |
| schaamachtigs | partitive, positive | schaamachtig |
| schaamachtigst | uninflected, superlative | schaamachtig |
| schaamachtigste | inflected, superlative | schaamachtig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schaamachtig zijn vastgelegd.