romantisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- vluchtend uit de werkelijkheid door deze mooier en aangenamer voor te stellen ze is
- met betrekking tot de hofmakerij
bijvoeglijk naamwoord
- mooi en lieflijk
- de stijl volgend van de romantiek
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| romantische | verbogen, stellende trap |
| romantischer | onverbogen, vergrotende trap |
| romantischere | verbogen, vergrotende trap |
| romantischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘tot de verbeelding sprekend, onwerkelijk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1835
Woordfamilie van romantisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| romantische | verbogen vorm | romantisch |
| romantischer | vergrotende trap | romantisch |
| romantischere | verbogen vergrotende trap | romantisch |
| romantischers | partitieve vergrotende trap | romantisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van romantisch zijn vastgelegd.